België laat zien dat vertrouwenspersoon meer vraagt dan verplichtstelling
In België moeten werkgevers met minstens vijftig werknemers een vertrouwenspersoon aanwijzen. Daarbij is ook de kwaliteit van de functie wettelijk geregeld. Vertrouwenspersonen volgen binnen twee jaar een basisopleiding van minimaal vijf dagen en nemen daarna jaarlijks deel aan supervisie of intervisie. Bovendien zijn bepaalde functies, waaronder leidinggevenden, uitgesloten om belangenconflicten te voorkomen. De informele ondersteuning door de vertrouwenspersoon is daarnaast duidelijk gescheiden van de formele behandeling van psychosociale problemen.
Nederland kiest in het voorliggende wetsvoorstel voor een lagere grens van tien werknemers, maar schrijft geen vaste minimumopleiding voor. Daardoor blijft veel verantwoordelijkheid bij organisaties zelf liggen. De Belgische aanpak laat zien dat juist structurele kwaliteitsborging bepalend kan zijn voor het functioneren van de vertrouwenspersoon. Nederlandse werkgevers hoeven daarvoor niet op nieuwe wetgeving te wachten. Door nu al eisen te stellen aan opleiding, intervisie en onafhankelijkheid kunnen zij voorkomen dat de vertrouwenspersoon vooral een formele verplichting wordt. Uiteindelijk bepaalt niet de aanwezigheid van de functie, maar het vertrouwen in de kwaliteit ervan of werknemers zich daadwerkelijk durven uitspreken.
Dit is een samenvatting van het volledige artikel op Compliance Insights Academy.