Kabinet ziet af van verplichte gedragscode tegen ongewenst gedrag op de werkvloer
De beslissing markeert een koerswijziging in het arbeidsomstandighedenbeleid. Een wetsvoorstel dat werkgevers zou verplichten een gedragscode op te stellen en werknemers hierover actief te informeren, verdwijnt van tafel. Minister Van Aartsen verwijst naar onderzoek waaruit geen direct causaal verband blijkt tussen gedragscodes en het terugdringen van ongewenst gedrag. Daarnaast oordeelde het Adviescollege toetsing regeldruk dat de onderbouwing van de maatregel onvoldoende was en de administratieve lasten onvoldoende werden gerechtvaardigd.
Voor organisaties verandert daarmee vooral de juridische context, niet de maatschappelijke opgave. Sociale veiligheid op de werkvloer blijft een belangrijk aandachtspunt, maar het kabinet kiest voor een aanpak via sectorinitiatieven, voorlichting en maatwerk in plaats van wettelijke verplichtingen. Voor HR-professionals, vertrouwenspersonen en klachtencommissies betekent dit dat zij minder kunnen terugvallen op regelgeving en meer afhankelijk worden van interne overtuigingskracht en draagvlak. Tegelijkertijd blijft een gedragscode een waardevol instrument om verwachtingen, normen en verantwoordelijkheden expliciet vast te leggen. De bredere boodschap is dat sociale veiligheid steeds meer wordt gezien als een onderdeel van goed werkgeverschap, waarbij organisaties zelf verantwoordelijkheid moeten nemen voor een veilige en respectvolle werkcultuur.
Dit is een samenvatting van het volledige artikel op de site van Compliance Insights Academy.