Een VOG voor De Mos: wanneer de VOG-screening geen redelijk doel meer dient
Terwijl de Haagse kiezer zijn ‘hart’ heeft gevolgd, speelde sinds de verkiezingszege van Richard de Mos de vraag of hij eigenlijk wel (opnieuw) tot wethouder kon worden benoemd. Zou zijn veroordeling wegens schending van het ambtsgeheim in de weg staan aan het verkrijgen van een voor wethouders verplichte Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)? Om een VOG te krijgen mag géén sprake zijn van een delictverleden dat een risico voor de beoogde functie vormt. Vrijdag 24 april maakte De Mos bekend dat screeningsautoriteit Justis (uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid) geen bezwaren zag in zijn wethouderschap. Welke belangen wogen het zwaarst en waarom gaf Justis een VOG af?
VOG-afgifte
Via verschillende maatregelen wordt geprobeerd het integer functioneren van decentrale bestuurders te bevorderen, maar de per 2023 ingevoerde VOG-plicht is een unicum. Dit omdat de VOG-eis uitmondt in een definitief oordeel over toelating tot of uitsluiting van het ambt, terwijl andere vormen van risicoanalyse meer ruimte laten middels bewustwording of beheersmaatregelen. Justis, verantwoordelijk voor de afgifte van VOGs, heeft zodoende een nieuwe rol als gatekeeper voor het college van B&W gekregen en dient zich te mengen in een lokaal-politiek proces waarbinnen de door de kiezers (direct) gekozen volksvertegenwoordigers hun uitvoerende bestuurders (indirect) kiezen.
[....]